Laatste nieuwtjes

In zedenleer leer je zelf denken

Mensen denken al heel lang na over deze vragen: Het zijn levensvragen.Heb jij er al over nagedacht? Waar komt alles vandaan?Waarom leven we eigenlijk? Heeft ons leven een bedoeling? Waar was ik voor mijn geboorte? Waar zal ik zijn na mijn dood? Hoe groot is het heelal?Wie bedenkt mijn dromen? Het denken mag zich nooit Dit

Symboliek van de feesten.

Bij een feest is het vanzelfsprekend dat we plezier maken.Toch is een lentefeest of feest vrijzinnige jeugd natuurlijk meer dan alleen maar wat vrijblijvende gezelligheid. De waarden die tijdens de lessen zedenleer aan bod kwamen spelen er een belangrijke rol. Betekenis van de drie fasen rond het feest: Tijdens de voorbereiding werken alle leerlingen rond Dit

Vrijzinnige rituelen: Lentefeest en Feest Vrijzinnige Jeugd

Voor sommigen klinkt het wat vreemd om in een vrijzinnige context over rituelen te spreken. Het woord ritueel wordt door velen in verband gebracht met godsdienstige gebruiken en lijkt in die zin het niet-religieuze karakter van de vrijzinnigheid tegen te spreken. Anderzijds blijkt stilstaan bij de belangrijke gebeurtenissen in het leven een universele menselijke behoefte. Dit

Niet-confessionele zedenleer is een vak met lef

De vrijzinnig-humanistische levensbeschouwing voerde een lange strijd voor het realiseren van een eigen levensbeschouwelijk vak, de cursus niet-confessionele zedenleer (NCZ). Sylvain Peeters (demens.nu) schrijft over de noodzaak van dat vak.  Dit

Veelgestelde vragen over N.C. Zedenleer

Wat is niet-confessionele zedenleer?

Niet-confessionele zedenleer is één van de levensbeschouwelijke vakken uit het verplicht keuzeaanbod in de scholen van het GO en het officieel gesubsidieerd onderwijs. Bij het ruime(re) publiek staat het vak bekend als de les zedenleer of moraal.

school

© deMens.nu

In de les niet-confessionele zedenleer worden kinderen en jongeren een moreel bewustzijn en zingevend oriëntatiekader bijgebracht vanuit het vrijzinnig-humanistische levensbeschouwing. Bij deze belangrijke leerprocessen in de vorming van de persoonlijkheid van het kind en de jongere, staat de leraar Niet-confessionele Zedenleer centraal als geëngageerd begeleider.

In de lessen komen verschillende facetten van de menselijke geest en gevoelswereld thematisch aan bod. Kritisch benaderen van de actualiteit, kennis maken met de wereldgodsdiensten, ontdekken van jezelf en de andere, het aanscherpen van historisch bewustzijn, ontwikkelen van sociale vaardigheden, zich bekwamen in argumenteren, … Het vak niet-confessionele zedenleer staat, met deze en vele andere inhoudelijke aspecten en werkgebieden, garant voor een rijke morele opvoeding.

Niet-confessionaliteit slaat op het niet-confessionele karakter, het niet (willen) gebonden zijn aan een confessie of (godsdienstige) geloofsovertuiging. De term ‘niet-confessionaliteit’ dient geplaatst binnen het leergebied van de waarde-vorming. Historisch gezien, te situeren binnen de brede gedachtestroom, zoals die sedert de periode van het renaissance-humanisme (dat ook verbonden kan worden aan verschillende stromingen in de klassieke Oudheid) en tijdens de Verlichting heeft vorm gekregen. Een dynamische gedachtestroom die tot op de dag vandaag verder evolueert.

In Vlaanderen zet de georganiseerde vrijzinnig-humanistische gemeenschap zich in voor de organisatie en de inhoudelijk kwaliteit van het vak.

Commers, R., Algemene oriëntatietekst leerplanontwikkeling NCZ, Humanistische drukpers, zonder datum.

Waarom niet-confessionele zedenleer volgen?

Kiezen voor niet-confessionele zedenleer is kiezen voor de pluraliteit van opvattingen en voorstellingen (zowel cognitief als emotioneel), benadert vanuit de vrijzinnig-humanistische leefwereld en het daaraan gekoppeld streven naar een onbevangen vrijzinnig-humanistisch ‘zin-zoekend’ mens- en wereldbeeld. Op die manier biedt het vak een 12 leerjaren omspannend zinvol geheel en gedragen alternatief voor de godsdienstlessen.

school

© deMens.nu

Het is via een voortdurende wisselwerking met anderen en de ons omringende wereld dat we opgroeien tot wie we ‘al wordend’ zijn. Doorgaans staan we er niet bij stil hoe we vanuit die wisselwerking tot ideeën en opvattingen zijn gekomen en vergeten wij dat we een ‘bril’ dragen waardoor we de zaken zien zoals wij ze zien en niet zoals zij zouden kunnen zijn. Wat wij onszelf vertellen is altijd al aan ons voorafgegaan in de vorm van opvattingen binnen de cultuur en de samenleving waarvan wij deel uitmaken. Het is goed te beseffen dat niemand van ons aan de gekleurde bril van de levens- en wereldbeschouwelijke vooringenomenheid ontkomt.

Het vak niet-confessionele zedenleer zal die vooringenomenheid van de leerlingen als basisgegeven beschouwen en die pluraliteit van opvattingen en voorstellingen als uitgangspunt nemen van de morele vorming in niet-confessionele zin, met als enig doel: het ontwikkelen van een zelfstandig denken en de persoonlijke creativiteit van de leerling, of in dure woorden: het vervolmaken van de waardevorming en het moreel reflecteren bij kinderen en jongeren, om zo te komen tot een eigen levenshouding en persoonlijke levensstijl.

Commers, R., Algemene oriëntatietekst leerplanontwikkeling NCZ, Humanistische drukpers, zonder datum.

Wat is vrijzinnig humanisme?

Vrijzinnig humanisme is een levensbeschouwing met een lange geschiedenis in het Westers denken. Het vrijzinnig humanisme kan worden beschouwd als een open levensbeschouwing met een universeel karakter.

Vrijzinnig humanisme kan ook worden begrepen als een welbepaalde strekking, het omvat in de eerste plaats: humanisme, met een vrijzinnige invalshoek. Dat verdient wat verdere uitleg.

school

© deMens.nu

Humanisme in de eerste plaats

Humanisme is de levensbeschouwing die de mens (de medemens) en zijn leefomgeving ziet als basis van alle streven. Centrale waarden binnen de humanistische beleving zijn: de menselijke waardigheid en gelijkwaardigheid, vrijheid en verantwoordelijkheid, verbondenheid en verdraagzaamheid, emancipatie en solidariteit. Het levensdoel van de mens staat niet buiten het leven, maar uitdrukkelijk binnenin het leven, op deze aarde als individu en wereldburger. Humanistische zingeving staat steeds in functie van het goede leven en het goede samen-leven. De mens is de enige zingever, weliswaar niet de enige zindrager, want ook de natuur, het universum, het menselijk lichaam, de dieren … dragen in zichzelf zin en betekenis. Alles wat deel uitmaakt van het menselijk en niet-menselijk leven maakt deel uit van het morele spectrum van de humanist.

Van vrijzinnige strekking

‘Vrijzinnigheid’ staat, in strikte zin, voor de houding en methode van het vrij denken, vrij onderzoek en vrij spreken en handelen. ‘Vrij’ in de zin van ‘open en ondogmatisch’. In principe heeft vrijzinnigheid niet noodzakelijk iets te maken met geloof of ongeloof, kerk of godsdienst, maar alles met het ongedwongen denken en handelen; in vrijheid en met een open, onafhankelijke geest, het gangbare denken en handelen kritisch benaderen. Historisch is het dan ook zo dat vrijzinnigheid vaak de houding is geweest van een ‘tegenbeweging’, een beweging of denkkader die niet zomaar de gangbare meningen aanvaardde. Een vrijzinnige kan als gevolg van dit vrije denken ook wel een ongelovige, een agnost of een atheïst worden genoemd.

In Vlaanderen wordt de term ‘vrijzinnigheid’ dan ook gekoppeld aan een kritische positie ten aanzien van de heerschappij van religieuze dogma’s.

Algoet, P., Vrijzinnig Humanisme. Een introductie & uitdieping, IMD Oost-Vlaanderen – Geuzenhuis, 2014

Wat is de betekenis van de fakkel?

Het symbool van de fakkel met aan beide zijden drie ‘happy men’ is het symbool van de vrijzinnigheid in België.

Al sinds de Verlichting is de fakkel een belangrijk symbool dat staat voor kennis, rede en vooruitgang. De fakkel brengt licht in de duisternis: door het licht van de rede zijn mensen in staat helder te denken en tot inzicht te komen.

De menselijke figuren aan weerszijden van de fakkel symboliseren het humanisme waarin de mens en zijn leefomgeving centraal staan. De figuren raken elkaar, wat staat voor verbondenheid en solidariteit. De figuren rechts zijn hoger geplaatst dan de figuren links. Dat verwijst naar de mogelijkheid om zich te ontwikkelen en te groeien naar meer kennis en inzicht. Ontwikkeling en ontplooiing op basis van zelfinzicht en kennis over de omringende wereld zijn voor vrijzinnigen belangrijke waarden.

De fakkel en de dubbele reeks figuren staan in een cirkel gevat, als een symbool van wereldsolidariteit: alle mensen ter wereld voelen zich in het licht van de rede onderling verbonden. Het doorgeven van de fakkel is één van de rituelen bij de vrijzinnige feesten en symboliseert de onderlinge verbondenheid en de warmte binnen de vrijzinnig-humanistische gemeenschap.

de fakkel

De feesteling kan ook van de leerkracht een fakkel ontvangen als teken van ‘verspreiding van de rede’, als opname in de vrijzinnig-humanistische gemeenschap en als ‘oproep tot eigen verantwoordelijkheid’.

Soms gaat het ritueel gepaard met een tekstje zoals:

Lieve mensen, maak me niet te wijs, laat me zelf een toorts aansteken, om in haar aarzelende licht, mijn wijsheid te zoeken.
Lieve mensen, maak me niet te krachtig, laat mijn toorts niet opvlammen, tot een brandstapel voor andersdenkenden.
Lieve mensen, geef mij liefde en schoonheid. Laat mij binnen de cirkel van het warme licht,
zoeken, vinden, bouwen, en dus mezelf worden.

Dekempe, D., Lentefeest & Vrijzinnige jeugd, IMD en H-VV, Verbeke, 2014.

Wat is de rol van de leerkracht niet-confessionele zedenleer?

De leerkracht niet-confessionele zedenleer helpt de leerlingen zelfstandig te leren denken en handelen. Het is daarom belangrijk dat de leerlingen in deze lessen aan het woord komen en in dialoog met anderen nadenken over zichzelf en de wereld. Het is verrijkend om te luisteren naar wat leeftijdgenoten over een thema zeggen en samen na te gaan op welke verschillende manieren een probleem kan worden benaderd. In een gesprek kunnen ze dan de zaken op een rij zetten, duidelijkheid voor zichzelf scheppen en inzicht verwerven.

school

© deMens.nu

De leerkracht niet-confessionele zedenleer stimuleert de leerlingen om een onderzoekende houding aan te nemen. Hij/zij brengt hun het nodige enthousiasme en zelfvertrouwen bij zodat ze voor hun opvattingen durven uitkomen en samen met anderen de zaken willen bekijken.

Vrij onderzoek is belangrijk. We moeten bereid blijven onze meningen te onderzoeken. Wetenschap is hierbij een belangrijk hulpmiddel omdat ze rekening houdt met feiten en rationeel te werk gaat. Maar naast feiten is het even belangrijk om waarden te leren beoordelen zodat we bewuste keuzes maken.

We zijn niet zelfstandig omdat we een eigen mening hebben. Iedereen heeft wel een mening. Belangrijk is dat we kritisch en bewust met onze meningen omgaan. De leraar niet-confessionele zedenleer begeleidt de leerlingen met vragen als: hoe zijn we tot onze meningen gekomen?, wat is hun degelijkheid?

We moeten willen luisteren naar anderen en ons kunnen inleven in hun situatie. We moeten ook onszelf in vraag durven stellen. Daarom moet iedereen aan het woord kunnen komen en moeten we ons kunnen laten overtuigen door goede argumenten van anderen. Leren omgaan met tegenspraak, verdragen dat er andere meningen bestaan, compromissen kunnen sluiten: het zijn de vaardigheden die de leerlingen nodig hebben om in de beste omstandigheden samen te leven.

Als individu hebben we nood aan anderen. We zijn niet enkel bezorgd om onszelf. Meeleven met anderen betekent in de praktijk dat we ook voor een ander kunnen opkomen en zorgen. Model staat een democratische samenleving die de rechten van de mens respecteert. De leraar niet-confessionele zedenleer leert de leerlingen omgaan met conflicten en anderen te respecteren. Niet-confessionele zedenleer is dus niet enkel theorie, ze is ook gericht naar de praktijk.

Brochure Levensbeschouwelijke vakken. Een verplichte studiekeuze in het onderwijs. Een uitgave van de levensbeschouwelijke vakken, oktober 2014.

De juf

NCZ Dominique Denys

Dominique Denys
dominique.denys@telenet.be